Mammoetheffers

Maritieme techniek - Werktuigbouwkunde

Door: Ir. Jeroen Akkermans en drs. Robert Visscher

Oude olieplatforms zijn in twee delen af te voeren met mammoetheffers22-02-2008

Veel verouderde productieplatforms in de Noordzee zijn te zwaar om door kraanschepen te worden ontmanteld. De mammoetheffers MPU Heavy Lifter en Pieter Schelte moeten het sloopwerk vergemakkelijken. Beide U-vormige vaartuigen omarmen de platforms en lozen vervolgens ballastwater om ze in twee delen op te pakken en af te voeren. 'Het afbreken duurt in plaats van vele maanden nog maar een dikke week.'

De Noordzee staat vol met verouderde productieplatforms, die daar in de jaren tachtig zijn neergezet en een levensduur hebben van twintig jaar. Volgens het internationale Ospar-verdrag zijn oliemaatschappijen verplicht de afgedankte booreilanden te verwijderen. Tot nog toe worden de kraanschepen die de platforms hebben geplaatst, ook ingezet om ze weer weg te halen. De methode van verwijderen is rechttoe rechtaan: kraanschepen halen een booreiland stuk voor stuk uit elkaar. Daarvoor snijden sloopbedrijven de modules van een productieplatform met voorbereidend handwerk in delen en maken die hijsklaar, waarna het kraanschip de brokken afvoert. Dit offshoresloopwerk is tijdrovend en risicovol voor de bemanning. Daarnaast bestaat er een kans op milieuvervuiling, bijvoorbeeld als er een pijp breekt. De sloopmethode levert ook steeds vaker problemen op. De grootste kraanschepen kunnen in de praktijk tot 11 000 ton tillen. Een groot platform bestaat uit zo'n dertig modules en weegt al snel zo'n 12 000 ton. Bovendien zijn er in de loop der jaren vaak verschillende delen aan de booreilanden bevestigd, zoals extra accommodatie en een equipementkamer. Door deze uitbreidingen loopt het gewicht op tot boven 15 000 ton. 'Dat maakt de platforms bij het afbreken te zwaar voor de huidige kraanschepen', stelt Harold Linssen, directeur van de Nederlandse scheepswerf Keppel Verolme. Verschillende bedrijven werken daarom aan grote hefvaartuigen om productie-eilanden eenvoudig en goedkoop te kunnen verwijderen. Keppel Verolme bouwt samen met de Kombinatie Heavy Lifter (een joint venture van aannemers Van Hattum en Blankevoort en BAM Civiel) het afzinkbare betonnen hefvaartuig MPU Heavy Lifter, terwijl offshorebedrijf Allseas bezig is met de ontwikkeling van het werkschip Pieter Schelte. 'We weten al jaren dat we de rotzooi die we in de Noordzee hebben gemaakt, moeten opruimen. Met de Heavy Lifter is dat straks ook mogelijk', zegt Linssen. 'Het vaartuig kan in twee etappes de opbouw, ofwel de topside, van een platform tot 15 000 ton en de draagconstructie, jacket genaamd, tot 28 000 ton vervoeren. Dat de Heavy Lifter de onder- of bovenkant van een booreiland in één keer meeneemt, is een unicum. Met een kraanschip duurt het vele maanden om een platform uit elkaar te halen, met de Heavy Lifter nog maar een dikke week.' Ook de Pieter Schelte van Allseas kan grote olie- en gasplatforms in slechts twee stappen ontmantelen. 'Daarmee sluiten we een olielek op zee vrijwel uit', stelt ir. André Steenhuis, innovatiemanager bij het Zwitserse bedrijf. 'De platforms zijn op land af te breken, onder gecontroleerde omstandigheden.' De Pieter Schelte kan maximaal 48 000 ton oppakken. 'Slechts een paar van de ruim duizend platforms op de Noordzee kan ook dit schip niet tillen', geeft Steenhuis aan. 'Maar dat komt niet door het gewicht, maar door de dimensies.' Ironisch genoeg dankt het schip zijn naam aan ir. Pieter Schelte Heerema, vader van de oprichter van Allseas ir. Edward Heerema, die pionier was in het installeren van offshoreplatforms.

Lees verder in De Ingenieur Nr.3



Inloggen


Inloggen

Registreren

Wachtwoord vergeten
Wachwoord vergeten




Inloggen