Volkswagen
Werktuigbouwkunde
Door: tekst ing. paul schilperoord
Hoe de nazi’s het ontwerp van een auto voor het volk stalen

De auto-ingenieur van de eeuw, Ferdinand Porsche, blijkt helemaal niet de 'vader van de Volkswagen' te zijn. Jozef Ganz, auto-ontwerper en journalist, heeft de Kever bedacht. Al in 1928 gebruikte hij de naam volkswagen en ontwikkelde begin jaren dertig verschillende auto's volgens hetzelfde concept. De nazi's hebben het ontwerp van de jood Ganz gepikt. Adolf Hitler had zijn zinnen gezet op een auto voor de gewone man: ein Volk, ein Reich, ein Führer, ein Wagen.
Ze staan bekend om hun woedeaanvallen, kwamen beiden uit Oostenrijk en waren gek op auto's; dus Adolf Hitler (1889-1945) en Ferdinand Porsche (1875-1951) moesten elkaar wel vinden. Toen in 1950 de eerste Porsche 356 uit de fabriek in Stuttgart reed, ging de oude Porsche voor de motorkap op een kruk zitten en zei: 'Die carrosserie is niet symmetrisch, ze moet terug naar het atelier.' Inderdaad bleek het koetswerk bij nameting 20 mm naar rechts uit het centrum te staan. Porsche had maar één ideologie: technische perfectie. Daarom had hij geen enkele moeite om des Teufels Techniker te worden. Dat heeft Josef Ganz (1899-1967) geweten. In de jaren twintig en dertig was een kleine auto weinig meer dan een iets goedkopere versie van een groter model. In bijna alle personenauto's lag de motor voorin en hadden achterwielaandrijving en starre assen zonder onafhankelijke wielvering. Deze opstelling was historisch bepaald. Bij achterwielaandrijving is het echter praktischer de motor achterin te plaatsen. Hierdoor vervalt de lange aandrijfas van voor naar achter, die vermogensverlies, lawaai en trillingen veroorzaakt. Voor de passagiers ontstaat zo meer ruimte en comfort. Ganz was een voorvechter voor de ontwikkeling van een volkswagen volgens deze richtlijnen. Hij wilde een auto die comfortabel, zuinig en ook nog betaalbaar was. De gewone man had tussen de twee wereldoorlogen slechts de keus uit een simpele motorfiets of een primitieve driewieler, die niet gerieflijk, langzaam en onbetrouwbaar waren.
Lees verder in De Ingenieur Nr.2