Datacentrum tussen de kassen
Informatica en Computers - Informatietechnologie - Werktuigbouwkunde
Tuinders en ict’ers in Wieringermeer wisselen energie en warmte uit
maandag 30 augustus 2010
In de Wieringermeer verrijst binnenkort een datacentrum tussen de tuinbouwkassen. Het gebouw gebruikt grondwater om de servers te koelen en levert het opgewarmde water vervolgens aan de kassen, die weer stroom leveren aan het datacentrum. Daarmee is het datacentrum in principe geheel onafhankelijk van het elektriciteitsnet.In september gaat de schop in de grond voor de bouw van het, naar eigen zeggen, grootste en duurzaamste datacentrum van Europa. Het moet 100 000 ton CO
2 gaan besparen ten opzichte van een conventioneel datacentrum. Het internetverkeer groeit explosief en datacentra zijn nodig om al dit verkeer te regelen.
Parthenon Datacentres, een Nederlands bedrijf opgericht door ir. Pieter Duijves en de Brit ir. Kevin Burton, speelt in op de groeiende vraag naar meer capaciteit en streeft daarbij naar minder energieverbruik.
Locatie voor het project is de Hollandse Wieringermeer, in de kop van Noord-Holland. De keuze voor deze plek is niet toevallig. Er zitten veel tuinders die met hun warmtekrachtkoppelinginstallaties (wkk’s) meer energie produceren dan ze nodig hebben. Daarnaast bevindt de locatie zich vlakbij één van de grootste internetknooppunten ter wereld in Amsterdam. Twee belangrijke benodigdheden voor een datacentrum – stroom en breedbandinternet – zijn dus beschikbaar.
Maar Parthenon komt niet alleen naar de Wieringermeer om er iets te halen, het bedrijf komt ook wat brengen. Door de hete processors in de servers produceren datacentra namelijk enorme hoeveelheden warmte. De torenhoge energierekening van een datacentrum komt dan ook grotendeels door het koelen van de ruimten met airconditioning, meer nog dan door de apparatuur zelf.
Parthenon heeft een alternatief bedacht: het datacentrum gebruikt geen airco’s, maar transporteert de warmte naar de tuinders. Die willen deze warmte graag afnemen om de omgeving van hun planten op de juiste temperatuur te houden. Mochten de tuinders de warmte niet nodig hebben, bijvoorbeeld op een zonnige zomerse dag, dan slaat Parthenon de warmte op onder de grond door middel van warmte-/koudeopslag. Op die manier kan het bedrijf dus ook koud grondwater uit de bodem halen om de servers te koelen. Rond de processors worden zogeheten water jackets geplaatst, kleine, met water gevulde kanalen die de warmte van de processors opnemen en afvoeren.
Om absolute continuïteit te garanderen kan het datacentrum rekenen op twee alternatieve energiebronnen. De 35 wkk’s van de kassen, die gezamenlijk maximaal 130 MW leveren, zijn de primaire energiebron. De opgewekte energie kan fluctueren, maar volgens berekeningen is er altijd wel 40 MW beschikbaar. Blijkt dat toch niet het geval, dan is er een hoogspanningsnet aanwezig en als laatste redmiddel een generator op biodiesel. De drie opties zijn nodig om te garanderen dat de klant nooit zonder internetverbinding komt te zitten.
WATERTEMPERATUUR
Mede-eigenaar Burton, zelf elektrotechnicus, put voor dit project uit zijn ervaring bij een Britse suikerfabriek. Daar werkte hij tientallen jaren geleden al met warmtekrachtkoppeling en warmte-/koudeopslag. Toch stelt deze klus hem ook voor technische uitdagingen, zoals het tijdelijk verhogen van de watertemperatuur. ‘Het datacentrum zal doorgaans water produceren van 20 à 25 °C, maar gedurende anderhalf à twee uur in de ochtend hebben planten een iets hogere temperatuur nodig om goed te kunnen groeien. We studeren op dit moment op manieren om de temperatuur op te voeren naar 28 °C.’
De lokale kringloop in de Wieringermeer wordt verder uitgebreid met een windmolenpark en een biodieselfabriek. Het datacentrum kan zijn warmte dan ook aan de fabriek kwijt, die het gebruikt om plantenresten te verbranden. Deze plantenresten komen bij de tuinders vandaan; de geproduceerde biodiesel dient als brandstof voor de wkk’s.
Datacentre in symbiosis with greenhouse growing from Schwandt Infographics on Vimeo.