In alle opwinding om de vondst van het higgsdeeltje zijn de betrokken detectoren maar weinig in beeld geweest. Dit is ATLAS, één van de zeven deeltjesdetectoren van de Large Hadron Collider van CERN.
Jim Heirbaut

ATLAS was onmisbaar voor het waarnemen van de resten van biljarden en biljarden botsingen, waarbij maar zeer zelden een higgsboson ontstaat.
Op de foto is een monteur aan het werk aan de kern van de 46 m lange, 25 m brede en 25 m hoge detector. De metalen buis vlak naast hem valt een beetje weg in een hoekje van het beeld, maar dat is wel waar de deeltjes met praktisch de lichtsnelheid doorheen razen.
Eigenlijk is alleen de buitenste laag van ATLAS te zien op deze foto, gemaakt door Peter Ginter, huisfotograaf van CERN.
De bruine platen, die als bloemblaadjes over elkaar heen vallen, dienen om muonen waar te nemen. Deze deeltjes kunnen een aanwijzing vormen voor het uiteenvallen van een higgsdeeltje.
In de blauwe kern van ATLAS zitten onder meer beeldchips die deeltjes vastleggen, en een calorimeter die deeltjes afremt en hun energie meet. Hoe ATLAS precies werkt, is eerder getekend en beschreven in De Ingenieur door Eric Verdult.
De foto is afkomstig uit het prachtige fotoboek LHC. Daarin verheft Ginter met zijn haarscherpe foto’s hypercomplexe apparaten tot fascinerende abstracte kunst, waar je wel naar moet blijven kijken.
PETER GINTER, ROLF-DIETER HEUER EN FRANZOBEL: LHC • EDITION LAMMERHUBER • 264 BLZ. • € 64 • ISBN 978 3 901753 28 2