Louis Pasteur (1822 - 1895) ontwikkelde de theorie dat veel ziekten worden veroorzaakt door een minuscuul levend wezen, een micro-organisme. Zijn 'microbe-theorie', één van de belangrijkste ontdekkingen in de medische geschiedenis, leidde er toe dat ziekenhuizen massaal over gingen tot het steriliseren van hun gereedschappen en verbanden. Maar Pasteur is vooral bekend geworden als ontdekker van het vaccin tegen hondsdolheid. Op 8 juli 1885 bracht men Pasteur de negenjarige Joey Meister, die twee dagen tevoren door een dolle hond was gebeten. Pasteur begon meteen met het inenten van een virus-vaccin dat hij tot dan toe alleen had uitgeprobeerd op paarden en honden. Dat was riskant, want Pasteur was geen erkend geneesheer. Na een behandeling die weken duurde, genas de jongen en was Pasteur een nationale held.
Medicus Pietro Dri schreef een boeiende biografie over de man die zich, zo blijkt, niet alleen bezighield met de medische wetenschappen, maar ook verantwoordelijk was voor een revolutie in het brouwen van bier.