uit het magazine

De aangekondigde sluiting van soms nog splinternieuwe kolencentrales komt over als enorme kapitaalvernietiging. Kan dat niet anders? Kunnen we kolencentrales een andere bestemming geven? Bijvoorbeeld door ze geen kolen, maar biomassa te laten verstoken? Zijn onderdelen te hergebruiken? Of kunnen we ze ombouwen tot waterstoffabriek?

Met vijfhonderd mensen sta ik op een dijk bij het Gelderse plaatsje Weurt, de plek waar ik opgroeide. Het is een zonnige, maar koude zaterdagochtend in maart. Boven ons zoemt een aantal drones in koor. Gespannen kijken de gezichten en camera’s over het water van het Maas-Waalkanaal naar de overkant.

Daar tekent zich het reusachtige silhouet af van de Gelderland 13, de oude maar voor Weurt vertrouwde kolencentrale met een tachtig meter hoog ketelhuis en een twee keer zo hoge schoorsteen. 


Smerige stroom

In de verte klinkt een sirene. Nog voordat ik het goed en wel doorheb, is de schoorsteen op ongeveer een derde van de hoogte omgeven door een zwarte ring van wegspuitend gruis. Als een fractie later enkele oorverdovende knallen mijn borstkas lijken in te drukken, is de bovenkant van de schoorsteen al voorzichtig begonnen aan zijn 165 meter lange weg naar beneden.

Vijf seconden later is de schoorsteen verdwenen in een wolk van stof. Een golf van opwinding gaat door het publiek. Hij is weg: de ‘pijp’ die mijn leven lang een soort thuis­baken was. ‘Nu kan ik de weg niet meer terugvinden naar Nijmegen’, grapt een toeschouwer. De twee gloednieuwe windmolens die naast de kolencentrale staan, vullen de leegte nauwelijks op.

Kolencentrales zijn de ‘smerigste’ vorm van stroom opwekken. Ook al worden veel schadelijke stoffen inmiddels uit rookgassen gefilterd, kolenstroom levert per kilowattuur meer dan twee keer zoveel
koolstofdioxide op als bijvoorbeeld elektriciteit uit gas. De Nederlandse politiek brak daarom in 2019 radicaal met kolen en legde in de wet vast dat kolenstook voor stroom vanaf 2030 niet meer mag.

Maar een miljarden kostende kolencentrale die nog geen tien jaar oud is, wat moet daar dan mee? Afbreken? Dat is pure kapitaalvernietiging. Is er echt geen andere oplossing? De Ingenieur bekijkt de mogelijkheden.
 

Doorstoken op biomassa

Het laaghangende fruit is geplukt. Nadat oude kolencentrales, zoals Gelderland 13 die dateert uit begin jaren tachtig, zijn gesloten, is het nu de beurt aan de nieuwere. Vanuit het opzicht van broeikasgassen lijkt dat een logische keuze. Neem de Onyx Centrale Rotterdam. Die is in haar eentje goed voor bijna 2 procent van de totale Nederlandse CO2-uitstoot.

Bovendien komt de bouw van zonne- en windparken nu echt op dreef en die kunnen het verlies van de centrales gedeeltelijk ondervangen. Onyx werd pas in 2015 operationeel; de Nederlandse overheid maakte eind vorig jaar bekend dat ze de eigenaren voor ruim tweehonderd miljoen euro wilde compenseren om de centrale dicht te krijgen.

Kan dat niet slimmer en goedkoper? Door bijvoorbeeld een centrale te behouden en er een minder schadelijke brandstof in te verstoken? Dat gebeurt al bij verschillende centrales. Het verst gevorderd is de Amercentrale in het Noord-Brabantse Geertruidenberg. Een kolencentrale uit 1993 die volgens eigenaar RWE inmiddels voor 80 tot 90 procent op biomassa draait.
 

Meer lezen over een tweede leven voor kolencentrales? 

Het hele verhaal is te lezen in het juninummer van De Ingenieur. Koop de digitale versie voor € 7,50, of neem - met een flinke korting van 25% - een digitaal jaarabonnement van twaalf nummers voor € 69,-.


Tekst: Roel van der Heijden
Foto: M. M. Minderhoud

 

Vond je dit een interessant artikel, abonneer je dan gratis op onze wekelijkse nieuwsbrief.