Het regelmatig nemen van watermonsters in het riool is een handige manier om de verspreiding van een virus onder de bevolking te volgen, zelfs tot op wijkniveau. Dat blijkt uit grootschalig onderzoek in Rotterdam-Rijnmond naar SARS-CoV-2 door onder meer de lokale GGD en KWR Water Research Institute.

 

Tijdens de pieken van de coronapandemie was het van groot belang dat mensen zich lieten testen bij de GGD in de buurt. Op die manier hielden de autoriteiten in de gaten hoe het ging met het verloop van het virus en konden ze (hopelijk) op tijd passende maatregelen nemen.

Alleen liet lang niet iedereen die zich niet lekker voelde, zich testen bij de GGD (sterker nog, dat doet momenteel bijna niemand meer). Daarom pakte het RIVM het in najaar 2020 heel anders aan. Het zette een netwerk aan meetpunten op voor zogeheten rioolwatersurveillance: het meten van het virus in rioolwater.
 

Verspreiding van het virus volgen

Alle 318 rioolwaterzuiveringen in Nederland nemen sinds die tijd regelmatig monsters om de verspreiding van het coronavirus te volgen. De filosofie: hoewel lang niet alle mensen die besmet zijn zich laten testen, gaan ze wel allemaal naar de wc en geven zo virusdeeltjes af aan het riool.

Een groep onderzoekers (een samenwerking tussen KWR Water Research Institute, GGD Rotterdam-Rijnmond, Partners4UrbanWater en Erasmus University Medical Center) vroeg zich af of deze methode ook te verfijnen viel tot op wijkniveau.
 

Per wijk aan de slag

In Rotterdam gingen ze aan de slag en combineerden per wijk metingen aan rioolwater met gegevens van de GGD en van huisartsen. Ze schrijven over hun resultaten in vakblad Water Matters van december. De conclusie is dat rioolwatersurveillance een waardevolle bijdrage kan leveren op wijkniveau. Zelfs in een wijk waar niemand zich laat testen, is op die manier toch iets bekend over de verspreiding van het virus.

‘Nu worden bij elke waterzuivering metingen gedaan aan het coronavirus. Wij wilden dat ook op een lager niveau doen, bijvoorbeeld bij een wijk met vijfduizend mensen, ongeveer het aantal patiënten van een huisartsenpraktijk’, zegt Jeroen Langeveld van Partners4UrbanWater.

 

Wie een blik werpt in gemaalkelder - ofwel de pompput van het rioolgemaal - ziet drijfvuil op het water. Foto: Remy Schilperoort, Partners4UrbanWater

 

Automatisch een klein monster nemen

Hoe gaat een meting in zijn werk? Bij bijvoorbeeld een rioolwaterzuivering staat een meetkast die om de zoveel liter water automatisch een klein monster neemt. Het apparaat deponeert dit kleine monster in een vat, het 24-uurs-monster genaamd. ‘Hier moet elke dag iemand heen om dit op te halen en naar het laboratorium te brengen’, vertelt Langeveld.

In het lab vindt dan de analyse van het watermonster plaats dat iets zegt over de afgelopen 24 uur in dat bepaalde gebied. Hiervoor wordt een soortgelijke techniek gebruikt als bij de bekende thuistest, vertelt Langeveld. ‘Aan de hand van de hoeveelheid RNA van het virus dat in het rioolwater zit, bepalen we hoeveel virusdeeltjes er in het monster zaten.’
 

Monster kan sterk verdund zijn

Op dat moment is nog niet duidelijk hoeveel mensen het virus bij zich dragen. Het water in het monster kan sterk verdund zijn geweest door regenval, of in het gebied van bemonstering zijn net de mensen op vakantie, wat zo tien, vijftien procent kan schelen. Daarom maten de onderzoekers ook de aanwezigheid van crAssphage in het water. ‘Dit is een bepaalde faag – een soort virus dat in bacteriën huist – die bijna alle mensen bij zich dragen’, legt Langeveld uit. ‘Zo weet je dus het aantal mensen dat virusdeeltjes heeft uitgescheiden.’ Door ook de aanwezigheid van de fagen te meten, konden de onderzoekers dus de gemeten hoeveelheid coronavirusdeeltjes normaliseren.
 

Rioolwater levert betrouwbare data

Hoewel corona nu op zijn retour lijkt qua impact op de samenleving, verwacht Langeveld dat de rioolwatersurveillance wel een blijvertje zal zijn. ‘Ga maar na, het kostte in 2020 veel tijd, moeite en geld om de infrastructuur neer te zetten hiervoor. Dat zal nog een tijd in stand blijven. Te meer omdat dit ontzettend goed werkt. Nu GGD’s veel minder testen, is het rioolwater eigenlijk nog de enige manier om betrouwbare data over het aantal besmettingen te leveren.’
 

Ook drugsgebruik is te meten

De methode is trouwens veel breder inzetbaar. Recent hebben de onderzoekers positieve ervaringen opgedaan met het apenpokkenvirus, maar je zou er ook griepvirussen mee kunnen meten, of de stoffen die vrijkomen bij andere ziekten. ‘Het riool kan de basis zijn voor een early warning-systeem, zodat een GGD in een vroeger stadium maatregelen kan nemen. Ook het drugsgebruik van mensen is op stads- en wijkniveau te meten in het rioolwater. Dit is allemaal heel nuttige informatie uit oogpunt van de volksgezondheid.’

 

Openingsfoto: Monsternamekast bij het ondergrondse rioolgemaal Katendrecht. Om de zoveel liter water die langskomt, voegt de apparatuur een beetje rioolwater toe aan een verzamelvat, om zo een representatief 24-uursmonster te krijgen. Foto: Remy Schilperoort, Partners4UrbanWater

Vond je dit een interessant artikel, abonneer je dan gratis op onze wekelijkse nieuwsbrief.