De Europese auto-industrie moet ingrijpend veranderen wil ze voorbereid zijn op een toekomst met alleen elektrische auto’s, aldus een onderzoek van het ING Economics Department.

De gister verschenen studie van ING is vooral bedoeld als een wake-up call voor de Europese auto-industrie en zijn toeleveranciers, waaronder tal van Nederlandse bedrijven. Wint de elektrische auto eenmaal terrein, dan heeft dat ingrijpende gevolgen voor het soort product dat moet worden gemaakt en de mogelijke verdienmodellen.
 

Vanaf 2024 is elektrisch rijden het goedkoopst

ING voorziet dat elektrisch rijden vanaf 2024 goedkoper is dan rijden op benzine, voor modellen vergelijkbaar met de populaire Volkswagen Golf. Dat heeft vooral te maken met de snel dalende prijs van de batterijen: die daalde van $ 100/kWh in 2010 naar $ 300 in 2016 en er wordt al gerekend met $ 150 kWh. Bloomberg voorspelt voor 2025 een prijs van $ 100/kWh.

Uitgaande van een batterij van 60 kWh met een bereik van 500 km duurt het tot 2028 voordat de verkoopprijs van een benzine- en elektrische auto aan elkaar gelijk zijn. Maar omdat het rijden in een elektrische auto goedkoper is dan in een benzineauto, zullen ze in gebruik in 2024 evenveel kosten.
 

Gaan mensen ook elektrisch rijden?

Kosten spelen een rol, maar dat is niet het enige. Uit een enquête onder 44.000 Nederlanders maakt ING op dat een laadtijd van een kwartier met 37 % de hoogste score van acceptatie heeft, dus 37 % stap over op elektrisch als het opladen een kwartiertje duurt. Voor het bereik noemt 54 % een bereik van 400 tot 600 km acceptabel.

Precies op die twee punten signaleert ING grote vooruitgang:

  • Batterijen krijgen grotere capaciteit, snel laden is goed voor 300 km in 20 minuten.
  • Europa beschikt inmiddels over 112.500 laadpunten, dat zijn er bijna evenveel als tankstations.

Gezien deze ontwikkelingen verwacht ING dat elektrisch rijden sneller terrein zal winnen dan meestal wordt gedacht. Het scenario waarbij in 2035 alle nieuwe auto’s elektrisch zijn noemt ING steeds realistischer. Voorwaarde is wel dat de batterijtechnologie verder voortschrijdt en de overheid het gebruik van de elektrische auto stimuleert, bijvoorbeeld door strikte emissie-eisen.


Wat betekent elektrisch rijden voor de auto-industrie?

  • Een elektrische auto heeft veel minder componenten dan een auto met verbrandingsmotor: grofweg 200 in plaats van 1400. Die 1400 componenten vertegenwoordigen nu een gezamenlijke waarde van 190 miljard euro.
  • In een elektrische auto is de batterij een van de belangrijkste onderdelen.
  • Het maken van batterijen is niet arbeidsintensief maar wel materiaalintensief. Een 70 kWh Tesla-batterij bevat 63 kg lithium, 54 kg grafiet en bevat daarnaast nikkel, kobalt, mangaan en aluminium tot een totaal gewicht van 450 kg. Los van het ING-rapport: dit betekent dus wel dat de batterij met zijn materialengebruik een flinke ecologische voetafdruk heeft, en bijvoorbeeld adequate recycling van doorslaggevend belang gaat worden.
De elektrische auto heeft veel minder onderdelen dan de auto met verbrandingsmotor.
Een arbeider kan per jaar veel meer onderstellen van een elektrische auto bouwen dan fossiele motoren en versnellingsbakken.


De Europese auto-industrie heeft nu een aandeel in de wereldmarkt van 25 %, en beschikt over sterke toeleverende sector van motoren en versnellingsbakken met een vergelijkbaar marktaandeel. Maar de huidige motoren en versnellingsbakken gaan verdwijnen en maken onder andere plaats voor batterijen. En daarin heeft Europa op dit ogenblik een aandeel van niet meer dan 3 %.
 

Verdeling van de wereldmarkt van auto's, met verbandingsmotor en van Li-Ionbatterijen.


Niet alleen de markt verschuift, voor het produceren van een elektrische auto’s zijn ook aanzienlijk minder mensen nodig, nog los van de consequenties voor ondersteunende bedrijfstakken zoals garages.


Andere verdienmodellen

ING voorziet verder dat de verdienmodellen in de industrie gaan veranderen

  • Nu produceren autofabrikanten hun platform, het onderstel met aandrijving en wielophanging zelf. Dat kan gaan verschuiven naar toeleveranciers. Zo laat Chevrelot/Opel het platform van zijn Chevy Bolt en Ampera-e al produceren door toeleverancier LG Chem.
  • In plaats van het verkopen van auto’s wordt in de toekomst het leveren van mobiliteitsdiensten, autodelen en dergelijke veel belangrijker.

Alle veronderstellingen in het ING-rapport zijn voor de elektrische auto heel optimistisch. Het aandeel elektrische nieuw verkochte auto's had in 2016 in Europa een aandeel van 1,3 %, wereldwijd is het aantal rondrijdende elektrische auto's 0,2 % van het totaal. Maar daarom is wat de bank schrijft niet minder serieus te nemen. Waar er grote veranderingen voor de deur staan kan de Europese industrie zich er maar beter op voorbereiden: dat heeft een groot economisch- en werkgelegenheidsbelang. De recente aankondiging van Volvo dat elektrisch vanaf 2019 in zijn model steeds belangrijker wordt (lees: ‘Volvo gaat helemaal elektrisch’), wijst al in die richting.
 

Vond je dit een interessant artikel, abonneer je dan gratis op onze wekelijkse nieuwsbrief.