column

‘Voorsprong door techniek.’ Echt waar?, vraagt redacteur Jim Heirbaut zich af. Deze keer: een ode aan het vliegtuig. Zolang dat maar niet op kerosine vliegt.


Wat zijn vliegtuigen toch geweldige dingen. Het is geen populaire mening momenteel, ik weet het, maar ik ben fan van vliegen.

Niet van dat urenlang in de rij staan met mopperende landgenoten natuurlijk. Maar elke keer als ik zo’n honderd­tonner zie opstijgen valt mijn mond eventjes open. Wat is het toch mooi, en niet te bevatten: zo’n enorme metalen vogel die vaart maakt en dan langzaam zijn neus in de lucht steekt waarna de wielen loskomen van het asfalt. Dit wonder van techniek brengt mensen met bijna de snelheid van het geluid naar het andere eind van de wereld.

Logisch dat we het ooit heel bijzonder vonden om het vliegtuig te nemen. Het was iets exclusiefs en wie bij mij op de basisschool vertelde te hebben gevlogen, kon op aandacht van de kring rekenen. Nu is die luxe veranderd in iets gewoons. De pakketreizen vliegen de deur uit en sommige mensen – oké, alleen in bepaalde kringen – gaan een weekendje funshoppen in New York.

Het is een no-brainer dat we de trein moeten pakken waar dat kan

Dat de meeste mensen nu vliegreizen kunnen maken, is iets geweldigs. Duidelijk is tegelijk ook dat de luchtvaart­industrie over alle mogelijke grenzen heen gaat: ze stoot te veel CO2 uit, te veel stikstofoxiden en fijnstof, ze veroorzaakt geluidsoverlast en ze vréét werkelijk fossiele brandstoffen.

Het is een no-brainer dat we de trein moeten pakken waar dat kan. Dus binnen Europa vliegen we niet meer naar ­Londen, Frankfurt, Parijs en Berlijn, maar pakken we de trein. Maar voor de verre bestemmingen kunnen we niet meer zonder het vliegtuig, overzees al helemaal niet. 

Vliegen op fossiele brandstoffen is niet langer houdbaar, dat is duidelijk. Gelukkig wordt er al hard gewerkt aan schonere vliegtuigen. Ingenieurs ontwikkelen in Nederland elektrisch aangedreven toestellen. De ene groep mikt op vliegtuigen met accupakketten aan boord; de andere zoekt het in waterstoftanks en brandstofcellen. 

Voor de echt lange afstanden moeten we het hebben van synthetische kerosine, gemaakt met duurzaam geproduceerde elektriciteit en CO2 ingevangen uit de lucht. We weten hoe dit moet, maar de benodigde processen voor het maken van de synthetische jet fuel zijn nog flink te duur. Maar dat gold ook voor de eerste windturbines en zonnepanelen; inmiddels zijn dat massaproducten geworden.

Laten we hopen dat al deze techneuten succes boeken met hun duurzame vliegtuigen, want we kunnen niet meer zonder de luchtvaart. Hoe moeten we anders familie op een ander continent bezoeken? Of kennismaken met andere culturen, niet vanachter een beeldscherm, maar door ze echt te bezoeken? Laten we lekker blijven vliegen, maar dan groen.


Beeld: Depositphotos

Vond je dit een interessant artikel, abonneer je dan gratis op onze wekelijkse nieuwsbrief.