De uitbreiding van het net komt niet alleen neer op het plaatsen van masten en het leggen van kabels. De komende jaren verrijzen er ook tientallen nieuwe hoogspanningsstations, cruciale knooppunten in het elektriciteitsnetwerk. Ingenieurs helpen TenneT bij ontwerp en inpassing in de omgeving. ‘Stroom? Daarover heb ik het eigenlijk nooit gehad.’

‘Geen toegang’, staat er op een bordje dat scheef op een houten paal is geschroefd. ‘Kwetsbaar natuurgebied’, luidt de toelichting erboven. We staan aan de rand van Huis ter Heide, een natuurgebied ten noorden van Tilburg dat dit jaar vijftig jaar in beheer is van vereniging Natuurmonumenten. 

Even verderop, aan het eind van het afgesloten boslaantje, zien we een gele graafmachine kalm draaien, keren en scheppen. De afgelopen maanden zijn hier poelen gegraven, hekken geplaatst en bomen en struiken aangeplant. Zo ontstaat natuur – een nieuwe ecologische verbindingszone als compensatienatuur. Want net voorbij de bosrand legt TenneT de laatste hand aan een nieuw 380 kilovolt (kV)-hoogspanningsstation.

Transporttekort

De komende jaren staan netbeheerders zoals TenneT, dat voor het landelijke hoogspanningsnet verantwoordelijk is, en regionale netbeheerders zoals Stedin, Alliander en Enexis, die de stroom van het hoogspanningsnet aan gebruikers leveren, voor de immense opgave om het elektriciteitsnet fors uit te breiden. Terwijl we het gebruik van fossiele brandstoffen langzaam afbouwen, neemt zowel verbruik als productie van elektriciteit juist toe.

Het elektriciteitsnet is daarop niet berekend. De maximale hoeveelheid energie die het kan vervoeren, volstaat niet meer. De gevolgen van dit landelijke capaciteitstekort voor het transport van elektronen zijn groot en raken vrijwel iedereen. Van de sportclub die de nieuwe veldverlichting niet kan aanzetten tot de projectontwikkelaar die van de bouw van een volledige woonwijk moet afzien, en van de multinational die z’n nieuwe productielocatie niet in gebruik kan nemen tot het net opgeleverde zonnepark dat niet kan worden aangesloten. 

Grootverbruikers die stroom nodig hebben, belanden op een soms uitzichtloze wachtlijst. In sommige delen van het land, zoals in de provincie Utrecht, dreigt dat nog deze zomer zelfs voor kleinverbruikers te gebeuren. Er kan dan simpelweg geen laadpaal meer bij, kondigde staatssecretaris Jo-Annes de Bat van Klimaat en Groene Groei dinsdag aan.

Het hoogspanningsnet wordt het komende decennium uitgebreid met vele tientallen hoogspanningsstations. Die vormen de knooppunten van het net: ze sluiten hoogspanningsverbindingen op elkaar aan en veranderen de spanning. Kaart: TenneT

Dassenburcht

Een jaar geleden berekende de toenmalige minister van Klimaat en Groene Groei Sophie Hermans dat de uitbreiding van het net tot 2040 investeringen zou vergen van 195 miljard euro. TenneT zelf heeft alleen al de uitbreiding en capaciteitsverhoging van het hoogspanningsnet begroot op 160 miljard euro (zie kader Hogere versnelling ).

Ondanks dat breed gedeelde gevoel van urgentie voelt de realiteit anders op de locatie Spinder, waar het nieuwe hoogspanningsstation van Tilburg staat. ‘Om ĂŒberhaupt te kunnen starten met dit project, hebben we eerst een dassenburcht aangelegd’, zegt Jules Rutten, teamleider environment consultancy bij ingenieursbureau Sweco. ‘Zo wilden we de dassen ertoe verleiden te verhuizen naar een iets noordelijker gebied.’

Vliegroutes

Vervolgens waren de vleermuizen aan de beurt. ‘We moesten hun vliegroutes intact houden’, zegt Roel Jannink van TenneT, projectleider van het hoogspanningsstation. ‘We hebben daarom bomen in big bags geplaatst. Voor het welzijn van de bomen bleek dat niet zo’n succes, maar de vleermuizen hebben het overleefd.’ 

En toen kwam er ook nog een bever langs die de bomen van de vleermuizen om knaagde, zegt Martijn Elings, projectmanager milieu en energie van Antea Group.

De bouw van het hoogspanningsstation begon met de aanleg van een kunstmatige dassenburcht. Foto: Evert van Moor

380 kV-ring

Inmiddels meer dan vijftien jaar geleden werden de eerste plannen en ontwerpen gemaakt voor dit hoogspanningsstation. Toen al was duidelijk dat er knelpunten zouden ontstaan in het 150 kV-net in Noord-Brabant. 

Een nieuw 380 kV-hoogspanningsstation kon uitkomst bieden voor de regio Tilburg. Dat station was dan meteen ook het perfecte eindpunt van een volledig nieuwe, tachtig kilometer lange 380 kV-verbinding tussen Tilburg in Noord-Brabant en Rilland in Zeeland, waar in de toekomst stroom uit offshore windparken aan land komt. 

Het station in Tilburg krijgt verder een aansluiting op de landelijke 380 kV-ring, de ruggengraat van de stroomvoorziening in ons land, en wordt via ondergrondse kabels verbonden aan het 150 kV-net, om de druk op het net in de regio te verminderen.

Vijftig hectare

Het station zelf meet 6,5 hectare. Op het strak ingerichte, met ingezaaid gras begroeide veld staan inmiddels drie enorme transformatoren, elk 350 ton zwaar, met ruimte voor een vierde. Ook zijn er vier grote vakwerkmasten opgericht: speciaal hiervoor liet TenneT een nieuw ontwerp maken, de Moldaumast (zie kader Mastmodellen).

De werkzaamheden betroffen echter een gebied dat vele malen groter is dan die dertien voetbalvelden die het station groot is. ‘We zijn op minstens vijftig hectare druk bezig geweest dingen aan te passen’, zegt Jannink. 

Dat had te maken met de keuze van de locatie. ‘Directe omwonenden zijn hier niet, wat zorgt voor beperkte hinder voor de omgeving. Ook kunnen wij dichtbij aansluiten op de bestaande hoogspanningslijn en bevinden zich in de buurt twee 150kV-stations, waarmee we een verbinding kunnen maken.’

Blauwsloten

Daarmee zijn de voordelen van de locatie wel genoemd. De grond hier behoort tot de voormalige vloeivelden. De textielindustrie die Tilburg in het verleden welvaart bracht, had een keerzijde in de vorm van zogeheten blauwsloten, open riolen waarin fabrieken hun ongezuiverde afvalwater lieten wegstromen ‘We hebben het hele werk behandeld als een bodemsanering, met sanerings en grondstofplan,’ zegt Jannink. Dit is zeker een van grootste bodemsaneringen van de afgelopen jaren.’

Jannink wijst op een dijkje verderop langs het nieuwe station. ‘Dat lag eerst hier. Het is de bodemsanering van 1995.’ Indertijd is de vervuilde grond in folie ingepakt, waarna er een schone laag grond op werd gestort. ‘Wij hebben de hele dijk inclusief folieconstructie afgebroken en daar weer opgebouwd. Een complexe operatie waarbij ingenieursbureaus, Strukton dat de grond bouwrijp maakte en andere stakeholders betrokken waren.’ 

Zo bleef de grondbalans gedurende het project neutraal: er hoefde geen (vervuilde) grond te worden afgevoerd.’

Voor de bouw van het hoogspanningsstation en de noodzakelijke verlegging van de ecologische verbindingszone, lag de waterberging van de rioolwaterzuivering in de weg. Foto 1: het grootste deel van het effluent van de rwzi ligt nog aan de westkant van de weg, de grote waterplas middenboven. Foto 2:  in fase twee is de plas al bijna leeg gebaggerd. Foto 3: in de derde fase is de dijk verlegd en staat er een nieuwe elektriciteitsmast op, met op de achtergrond het goeddeels voltooide hoogspanningsstation. Foto's: Koen van Rens/Antea Group

Isoleren, beheersen, controleren

Jannink heeft veel van die schoonmaakoperatie geleerd, vertelt hij. Zoals de sleutelterm bij saneringen IBC, ofwel isoleren, beheersen, controleren. De vervuiling wordt dan niet opgeruimd, maar goed ingepakt en bedekt. 

‘De grond is nu zelfs beter ingepakt dan die de afgelopen dertig jaar was’, verzekert hij. Bovendien wordt er met een nazorgplan zorgvuldig toezicht gehouden.

Waterberging

Afgezien van de vervuilde grond was er nog een probleem waarvoor de ingenieurs een oplossing moesten vinden. Pal naast het hoogspanningsstation heeft het Waterschap de Dommel zijn rioolwaterzuivering (rwzi) en het station zou precies komen op de plek waar een deel van de waterberging van deze rwzi zich bevindt. De verplaatsing van die effluentvijver, grotendeels naar de andere kant van de Midden-Brabantweg (N261), had veel voeten in de aarde.

Langs deze belangrijke provinciale weg aan de westkant van het station staan we even stil. We kijken uit over een deel van de waterberging, nu omsloten door een splinternieuwe dijk. Boven ons hoofd lopen hoogspanningslijnen die het station rakelings passeren, alsof ze niets met elkaar te maken hebben. 

De nieuwe Moldaumast staat evenwel al klaar om te worden ‘ingelust’, oftewel van geleiders te worden voorzien en te worden aangesloten op het nieuwe hoogspanningsstation. TenneT verlegt de lijnen hier namelijk een stukje noordwaarts, om eventueel risicovolle kruisingen tussen het 150 en het 380 kV-net te voorkomen.

Recropassage

De waterberging voor ons is wat rest van de eerdere effluentvijver. Aan de west- en oostkant van de weg is een nieuwe waterberging aangelegd, die met de plas voor ons is verbonden door middel van een stuw. Als een soort ophaalbrug stelt die het Waterschap De Dommel in staat de waterstroom te reguleren en te bepalen hoe hoog het water in de berging komt te staan.

De ecologische verbindingsstructuur die hier nu is aangelegd, loopt er pal langs. Onder de N261 door is daarom ook een ‘recropassage’ aangelegd, een wildtunnel waarvan ook fietsers en voetgangers gebruik kunnen maken.

Uitzicht van de kant van de Midden-Brabantweg, met in de verte het nieuwe hoogspanningsstation in Tilburg-Noord. Foto: De Ingenieur

Sneller en sneller

Tijdens de langdurige werkzaamheden is de rwzi geen moment buiten gebruik geweest, benadrukt Jannink. ‘Ik zeg wel eens gekscherend: als we mensen naar de maan kunnen brengen, dan moeten we op een locatie als deze toch ook een hoogspanningsstation kunnen bouwen’, zegt hij. ‘Maar het vergde wel voortdurende betrokkenheid van alle stakeholders en creatieve oplossingen van iedereen.’ 

Techniek was hier niet het grootste probleem: dat was juist het voortdurende samenspel van techniek, omgeving, flora en fauna. ‘Al die zaken moeten samenkomen en dan moet alles gaandeweg het project ook nog sneller en sneller. Dat maakte het wel complex.’

Biologboek

Komend jaar wordt het station in gebruik gesteld. De nieuwe natuur wordt in mei al teruggegeven aan Natuurmonumenten. Met op de juiste afstand van elkaar een aantal poelen met precies die diepte waarin boomkikkers gedijen, en andere poelen die op maat zijn gemaakt voor de kamsalamander. Maar ook aan herten en reeën hebben de ecologen van Waardenburg Ecology gedacht, en aan recreanten, al zijn die niet overal welkom.

‘Hoe kun je al die eisen combineren tot een gebied dat werkt?’, zegt Rutten van Sweco. Of het echt werkt, moet vervolgens in de praktijk blijken. ‘We zijn voortdurend aan het monitoren en houden een logboek bij. Met de grotere ingrepen, zoals de nieuwe poelen, kunnen we niet meer schuiven, maar als blijkt dat het toch niet goed werkt, kunnen we wel besluiten de vegetatie aan te passen, bijvoorbeeld om meer schaduw te creĂ«ren.’ 

Dat gebeurt dan wel in overleg met Natuurmonumenten, dat veel waarde hecht aan de nieuwe verbindingszone tussen Huis ter Heide en het aan de overzijde van de N261 gelegen Noorderbos en Landschap Pauwels.

Beter dan gedroomd

Wie aan zo’n groot project werkt, moet wel grootse plannen hebben en vol van de mooiste ambities zitten. Anders is het lastig om ĂŒberhaupt te beginnen aan een proces dat sinds de prille kiem al meer dan vijftien jaar duurt. De keerzijde is dan vaak dat er onderweg moet worden ingeleverd op de gedroomde toekomst, en dat er steeds meer concessies nodig zijn om de vaart erin te krijgen, andere betrokken partijen aan boord te houden en de voortgang te verzekeren.

Of toch niet? Rutten wijst op een eerste ontwerpschets, die aan de wand in een bouwkeet hangt. ‘Zoveel verschilt die niet met wat we hier nu hebben gerealiseerd.’ 

En concessies? ‘Ik zou eerder zeggen dat de ambities gaandeweg het project steeds groter werden. Het is juist beter geworden dan we indertijd durfden te denken.’ Jannink beaamt dat. ‘We helpen de energietransitie en we helpen de natuur een beetje verder. Ook al is dat laatste niet onze hoofdtaak, we kunnen er best trots op zijn.’

De natuur in de omgeving is niet geschaad, maar heeft juist een positieve impuls gekregen, zeggen de betrokken ecologen en ingenieurs. Foto: De Ingenieur

'Positieve impuls'

Toch geeft TenneT daarmee ook gevolg aan een advies van het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs. Dat stelde vorig jaar in een rapport dat de landschappelijke impact van de netuitbreiding zo groot is, dat die moet worden aangegrepen om landschappen een ‘positieve impuls’ te geven.

De komende jaren komen er nog tientallen hoogspanningsstations bij. Ook voor ingenieurs biedt die opgave meer werk dan ze aankunnen. Is dĂ t ook het geheim van de vriendschappelijke relatie tussen de ingenieurs van de verschillende bureaus? 

‘We zien elkaar eigenlijk helemaal niet als concurrenten, zegt Elings van Antea Group. ‘Er is tegenwoordig zo veel werk dat we elkaar gewoon willen helpen en willen samenwerken. Dat is misschien een heel andere manier van werken, maar wel erg leuk. Door zo nauw samen te werken, krijg je bovendien een mooi kijkje in elkaars keuken en dat kan leerzaam zijn.’

'Met z'n allen, als één team'

Ook de relatie met TenneT is anders dan de traditionele relatie tussen opdrachtgever en ingenieursbureau. ‘We zien elkaar meer als collega’s. Dat vraagt om vertrouwen en voortdurend contact, maar zo kunnen we wel veel sneller schakelen,’ stelt Elings. ‘Niet alles hoeft vooraf eerst in contractvorm te worden vastgelegd. De werkgever die op mijn loonbriefje vermeld staat, is hier niet zo relevant. We doen dit met z’n allen, als één team.’

Daarbij heeft wel iedereen z’n eigen expertise en verantwoordelijkheden. ‘Dat geeft een grappige dynamiek: we werken aan hetzelfde project, binnen dezelfde tijdsspanne, maar zoveel zitten we nu ook weer niet samen aan tafel.’ Want ook al wordt hier gewerkt als één team, vraag je de betrokken ingenieurs naar hun perspectief op het project, dan krijg je allemaal verschillende antwoorden. Rutten: ‘Gedurende het hele project heb ik niet één keer aan stroom gedacht.'

Mastmodellen

V.l.n.r.: Moldau, Wintrack, Donau en Hamerkop

Foto boven: Evert van Moor