Gisteren hebben de drie ExTrA-telescopen hun eerste waarnemingen gedaan. Deze kijkers moeten met goedkope hardware vanuit de Chileense woestijn planeten gaan vinden.

Het Franse project ExTrA (voluit Exoplanets in Transits and their Atmospheres) richt zich op planeten die vanaf de aarde gezien voor hun ster langs bewegen. Tijdens zo’n overgang of transit blokkeren deze planeten een klein deel van het sterrenlicht, waardoor de ster tijdelijk net iets minder helder is dan normaal. De ExTrA-telescopen moeten die afname in helderheid waarnemen vanaf het aardoppervlak. Dat doen ze met een vrij bescheiden spiegeldiameter van 60 cm, wat genoeg zou moeten zijn om zelfs planeten te ontdekken die ongeveer zo groot zijn als de aarde.

Robotgestuurde vezels

Normaal zou een telescoop daarvoor een CCD gebruiken: een chip die uit lichtgevoelige cellen bestaat. In het geval van ExTrA zou dat echter een dure grap worden. Deze telescoop richt zich namelijk op rode dwergen; kleine, koele sterren die vooral veel infrarood licht uitzenden. En grote CCD’s die geschikt zijn voor infrarood licht zijn behoorlijk prijzig, mailt hoofdonderzoeker Xavier Bonfils (Institut de Planétologie et d'Astrophysique de Grenoble).

Daarom hebben de ExTrA-telescopen niet zulke CCD’s, maar optische vezels. Een robot plaatst die op precies de goede locatie om het licht van een rode dwerg op te vangen. Daarnaast pikken een aantal andere robotgestuurde vezels het licht van naburige sterren op, om zo de invloeden van de aardatmosfeer op het sterrenlicht te kunnen bepalen. Het licht afkomstig uit de rest van het betreffende stukje hemel - dat voor deze meting niet interessant is - wordt dan niet vastgelegd, zoals bij een CCD wel het geval zou zijn.
 


De optische vezels van alle drie de telescopen (die meestal naar verschillende sterren zullen kijken) gaan vervolgens naar een en dezelfde spectrograaf: een instrument dat het sterrenlicht uiteenrafelt, zodat de astronomen weten hoeveel licht er is per golflengte. ExTrA bespaart dus op twee manieren geld: door de dure infrarood-CCD’s te vermijden en door maar één spectrograaf te gebruiken voor drie telescopen.
 

Tientallen planeten

Een hele grote exoplanetenoogst, zoals die van de ruimtetelescoop Kepler, hoeven we van ExTrA overigens niet te verwachten. ‘Simulaties laten zien dat we in vier jaar tijd enkele tientallen exoplaneten zullen vinden’, zegt Bonfils.

Daar zouden dan wel ook een paar exemplaren bij moeten zitten met het formaat van de aarde, die bovendien de juiste temperatuur hebben voor vloeibaar water - en die dus mogelijk leven bevatten. ‘Bij deze planeten zullen vervolgens ruimtetelescopen als de James Webb Space Telescope en reuzentelescopen op aarde gaan bepalen of ze een atmosfeer hebben.’

Beeld: ESO/Emmanuela Rimbaud, ESO/Petr Horálek

Vond je dit een interessant artikel, abonneer je dan gratis op onze wekelijkse nieuwsbrief.